RSS

De Voorjaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde vond plaats op dinsdag 28 maart jl. in de bovenzaal van sociëteit De Sleutel in Groningen en werd bijgewoond door 35 à 40 leden. Traditiegetrouw had de bijeenkomst weer de vorm van een lopend buffet. Na een openingswoord door voorzitter Anton Brand, waarin hij dank uitsprak aan de leden van de kascommissie, Douwe van der Bijl en Egge Knol, en de penningmeester, Wim Hilberdink, introduceerde bestuurslid Stefan van der Poel drie vertalers uit het Hebreeuws: Tsafi van Uitert-Levy, Asaph Ben-Menahem en Tamir Herzberg.

Na voordrachten van proza en poëzie door Tsafi van Uitert-Levy en Asaph Ben-Menahem vertelde Tamir Herzberg iets over het vertaalproces dat komt kijken bij Hebreeuwse literatuur en hoe je als vertaler telkens moet kiezen of je zo letterlijk mogelijk vertaalt of de essentie van de tekst wilt overbrengen. Daarna ontstond een geanimeerde discussie over de vraag of Asaph Ben-Menahem na 41 jaren in Nederland nu een Israëlische of een Nederlandse dichter is. Hoewel hij het uitzicht vanuit zijn raam typisch Nederlands vindt denkt hij daarover nog steeds in het Hebreeuws.

Coen Simon sprak voor het eerst over zijn nieuwe boek Oordeel zelf dat eind maart is verschenen. Aan de hand van Jiskefet en actueel onderzoek vertelt hij hoe het steeds lastiger wordt om een eigen mening te hebben. Nu wetenschappers zelf ‘officieel’ hebben vastgesteld dat de Mona Lisa gelukkig is, kun je als mens bijna niet meer iets mooi vinden. Volgens Kant is er sprake van smaak als je erover kunt twisten, maar niet argumenteren. Iets dat moeilijk wordt als er over kunst oordelen worden geveld door wetenschappers. Botsten in 1995 nog hoge en lage cultuur toen twee types van Jiskefet een boekhandel bezochten, nu zie je dat ook bij de Engelse ‘Tussen Kunst & Kitch’ waar een expert zich bekocht voelt omdat hij een (weliswaar prachtige) vervalsing aan de muur heeft hangen.

Coen Peppelenbos publiceerde afgelopen najaar zijn tweede roman De valkunstenaar en vertelt hoe hij inspiratie vond in het leven en werk van valkunstenaar Bas Jan Ader. Een kunstenaar over wie hij al schreef in zijn dichtbundel Vallende mannen. In het boek vertrekt een jonge kunstenaar, samen met zijn vader en zusje, vanuit Salland richting Den Haag. De licht dementerende vader heeft een verleden als goochelaar en op vrolijke wijze worden de bekendere trucs van goochelaars en de achteloosheid waarmee die worden uitgevoerd besproken. Datzelfde geldt ook voor het vallen. Een val moet je, volgens Peppelenbos, onverwacht inzetten voor het grootste effect.