RSS

De Najaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, alweer de tweeëntwintigste bijeenkomst, was buitengewoon gevarieerd en ook geanimeerd. Meer dan 50 leden woonden het programma bij en genoten tussen de inleidingen door van een smakelijk drie-gangenbuffet, dat in stijl werd verzorgd door de uitbater van Sociëteit De Sleutel, de Martini Hotel Group. Schrijver Hanneke Boonstra, historicus Klaas van Berkel en conservator Egge Knol kozen alle drie voor een geschiedkundige invalshoek, hielden lezingen van hoge kwaliteit en illustreerden die fraai met lichtbeelden. Boekhandel Godert Walter stond, de traditie getrouw, klaar met een boekentafel. Het was andermaal een samenzijn dat klonk als een klok en stond als een huis.

Voorzitter Anton Brand opende de bijeenkomst en gaf het woord eerst aan penningmeester Rob Pronk, die een korte toelichting gaf op de financiële stand van zaken. Mede dankzij de eigen bijdrage van de aanwezigen aan de kosten van de catering staat de Afdeling er gezond voor en zijn er derhalve geen beletselen om op de ingeslagen weg voort te gaan.

Eerste referent van deze avond was Hanneke Boonstra, die afgelopen april haar documentaire studie Kees & Jan. Een communistisch gezin voor, tijdens en na de oorlog presenteerde, verschenen bij Uitgeverij Passage. In zijn introductie vermeldde Anton Brand dat deze studie, die het al niet aan aandacht mocht ontbreken, onlangs uitgebreid en zeer lovend werd besproken op de website tracesofwar.nl: ‘Waar de titel van het boek misschien een primair biografische insteek suggereert, biedt het boek vooral ook een fascinerend inkijkje in de politiek-communistische niche van de vorige eeuw. Kees en Jan vormen het sleutelgat waardoor we naar de communistische stroming in Nederland kunnen loeren.’ Hanneke Boonstra vatte de inhoud van haar boek kort samen door over de levensgeschiedenissen van vader en zoon Kees en Jan Schalker te vertellen, maar stond ook stil bij de reacties die ze op het boek kreeg, zowel uit communistische als niet-communistische kring, en op het verschil daarin tussen ouderen en jongeren.

Na het voorgerecht gaf Stefan van der Poel, lid van het bestuur, het woord aan Klaas van Berkel, Rudolf Agricola emeritus hoogleraar Geschiedenis aan de RUG, en auteur van een omvangrijk wetenschappelijk oeuvre, daaronder van de driedelige geschiedenis Universiteit van het Noorden: vier eeuwen academisch leven in Groningen (2014, 2017 en 2022). Onder de titel Eigentijdse universiteitsgeschiedenis: hoe ver kan/mag/wil je gaan? reflecteerde hij op zijn rol als geschiedschrijver van de universiteit, vooral waar het om de recente geschiedenis gaat, een periode waarin de bemoeienis van de overheid aanmerkelijk toenam en ook de rol van de universitaire bestuurders steeds gewichtiger werd – veelal onder de noemer van ‘de ondernemende universiteit’. Die ‘verzakelijking’ ging gepaard met thema’s als digitalisering, internationalisering en een verdergaande oriëntatie op beroep en samenleving en leidde zelfs tot ambitieuze ideeën en vervolgens mislukte initiatieven inzake het opzetten van een campus ver over de grenzen, in Yantai in China. Ter afronding van zijn beschouwing vroeg Van Berkel aandacht voor de notie van academische vrijheid.

Derde en laatste spreker, na het hoofdgerecht, was Egge Knol, die onlangs afscheid nam – na bijna dertig jaar – als conservator archeologie, geschiedenis, oude kunst en kunstnijverheid van het Groninger Museum, bij welk afscheid hij koninklijk werd onderscheiden. In zijn hoedanigheid van conservator organiseerde hij een scala aan grote en veelbesproken tentoonstellingen, was hij verantwoordelijk voor tal van aankopen die de collectie van het museum hebben verrijkt en publiceerde hij met regelmaat over historische onderwerpen, van archeologie en genealogie tot het alom bekende en bewonderde Groninger Zilver. In zijn presentatie vanavond vertelde hij over zijn ervaringen en belevenissen als conservator en liet hij al die thema’s de revue passeren, in wat hijzelf een ‘potpourri’ noemde, die hij met zichtbaar plezier vol ironie en humor omkleedde. Hij eindigde zijn betoog bij zijn afscheid: de tentoonstelling ‘Uit de kunst – Vrouwelijke Groninger Kunstenaars, 1700-1900’.

Verslag en foto’s: Anton Brand

De Voorjaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, de eenentwintigste bijeenkomst alweer, verliep buitengewoon geanimeerd. Het was voor het eerst in een jaar tijd dat de Afdeling weer tezamen kon komen en dat werd door de 40 aanwezigen zeer gewaardeerd. Pieter Jonker van de Stichting Nobilis uit Fochteloo, dichter Jane Leusink en historicus Arend van Essen hielden voordrachten van hoge kwaliteit en de gasten genoten van een smakelijk drie-gangenbuffet, verzorgd door de nieuwe uitbater van Sociëteit De Sleutel, de Martini Hotel Group.

Voorzitter Anton Brand opende de bijeenkomst en gaf het woord daarna aan penningmeester Rob Pronk, die een korte toelichting gaf op de financiële stand van zaken. De Jaarrekening over 2022 presenteert het bestuur tijdens de komende Najaarsbijeenkomst. Mevrouw Dieneke Hempenius-van Dijk en de heer Henk Boels verklaarden zich bereid ook dit jaar als kascommissie te fungeren.

Aansluitend introduceerde de voorzitter de oprichter en bestuurder van de Stichting Nobilis, oftewel het in Friesland gevestigde Centrum voor Prentkunst. Pieter Jonker hield een ronduit aanstekelijk en enthousiasmerend betoog over het onderkomen van de stichting en vooral over de inmiddels omvangrijke collectie grafiek van beeldend kunstenaars uit heel Nederland. Hij deed dat aan de hand van een groot aantal afbeeldingen van het werk van die kunstenaars, waardoor zijn presentatie een visueel feest werd. De Stichting Nobilis werd in 1991 opgezet ten behoeve van Peter Lazarov, asielzoeker, beeldend kunstenaar, wiens kleingrafiek het begin van de collectie vormde. Ook beheert de stichting tegenwoordig nalatenschappen van diverse bekende grafici: tienduizenden prenten, alsook de oorspronkelijke blokken en platen waarin die prenten werden gegraveerd, gegutst of gesneden.

Na Pieter Jonker was het woord aan Jane Leusink. Zij presenteerde verleden jaar haar zesde dichtbundel, onder de titel Kraanvogels. Haar debuut, Mos en gladde paadjes, werd in 2003 onderscheiden met de C. Buddingh’-prijs, haar volgende bundels werden zonder uitzondering lovend besproken, en ook Kraanvogels, dat kan worden omschreven als een samengaan van hoogstpersoonlijke lyrische beschouwingen en verhalende poëzie, met veel aandacht voor historische gebeurtenissen, is een hogelijk geapprecieerd succes, dat veelvuldig in de pers en op het internet werd besproken. Jane Leusink gebruikte de Verantwoording bij Kraanvogels om toe te lichten wat poëzie en taal voor haar betekenen.’Je moet de doden naar je toeschrijven, opdat ze waarlijk in je kunnen opstaan en terug kunnen praten.’ Aansluitend las ze het gedicht ‘Wij’ voor, dat door de aanwezigen aandachtig werd gevolgd, mede door de projectie van de tekst in negen strofen op het beeldscherm.

Voor de publicatie van Kraanvogels koos Jane Leusink een nieuwe uitgever: Nobelman te Groningen. Voorzitter Anton Brand greep dat gegeven aan om te melden dat zijn naamgenoot Gerrit Brand (maar geen familie), directeur van Nobelman, binnenkort zijn eigen zesde roman uitbrengt, Cinemascope, en kort daarna een historische roman door Arjo Vanderjagt, emeritus hoogleraar van de RUG, over Henric Piccardt, borgheer van de Fraeylemaborg te Slochteren en bouwer van de Hoge Kerk te Harkstede. Collega Anton Scheepstra van Uitgeverij Passage doet binnenkort een nieuw boek van Hanneke Boonstra het licht zien, over de familie Schalker, in het bijzonder over twee vooraanstaande leden van de CPN en verzetsstrijders in de vorige eeuw: Kees & Jan, een communistisch gezin voor, tijdens en na de oorlog. De leden van de Noordelijke Afdeling werden door Anton Brand en door de auteurs van harte uitgenodigd deze presentaties bij te wonen.

Na het hoofdgerecht introduceerde Stefan van der Poel, lid van het bestuur, universitair docent bij de afdeling Geschiedenis van de RUG, de historicus Arend van Essen, die anderhalf jaar geleden aan de RUG promoveerde op het proefschrift Staatsbelang boven regentengezang: de politieke traktaten van Simon van Slingelandt (1664-1736) en het functioneren van de Republiek. Van Essen sprak vervolgens meeslepend en met humor en eveneens aan de hand van lichtbeelden over de werkwijze en de uitkomsten van zijn onderzoek, waarin hij als eerste de politieke geschriften van Van Slingelandt integraal heeft geanalyseerd. Het mondde uit in belangrijke correcties op het bestaande beeld van de persoonlijkheid en historische betekenis van Van Slingelandt en diens visie op de Republiek, het toenmalige stadhouderschap en het functioneren van de Raad van State en de Staten-Generaal. Een boeiende terugblik op bestuurlijk Nederland in de late zeventiende en de vroege achttiende eeuw.

Ook de volgende Najaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling zal waarschijnlijk in De Sleutel plaatsvinden. Vanzelfsprekend ontvangen de leden daarover tijdig bericht.

Verslag: Anton Brand, 23.03.2023

Bundelpresentatie Jane Leusink

De dichtbundel Kraanvogels van Jane Leusink is vanaf nu verkrijgbaar. De officiële presentatie zal plaatsvinden op 13 mei aanstaande in boekhandel van der Velde Grote Markt te Groningen.

Kraanvogels is voor mij een reis-in-gedichten: een gewaagde reis langs bijzondere plekken en gebeurtenissen, maar vooral langs gevoelens die zich alleen in de taal van Jane Leusink laten vangen, met bijna achteloze prachtzinnen als ‘Er is een taal die onder je bergschoen wegrolt’. Dat achteloze maakt dat je vaak even stil moet houden op je tocht langs de bergen van euforie en van verdriet. Wat las ik daarnet? Zo’n zinnetje als ‘je was ongerijmd goed in verjagen’: daar kun je lang op herkauwen. Net als deze hele bundel. Achteloos prachtig.” – Louis Stiller

Kraanvogels staan voor waakzaamheid. In de Chinese traditie dragen ze op hun rug de zielen van de doden. Bij Plinius plaatsen kraanvogels schildwachten als ze tijdens de trek uitrusten. Op een poot staand, met een steen in de andere, weten ze zeker waakzaam te zullen blijven.

Jane Leusink gaat verder met waar ze in haar vorige, vijfde bundel Een grazende streep in de lucht een begin mee heeft maakt. Zonder in het particuliere te vervallen, verbindt ze in een achttal lange, soms epische, dan weer lyrische gedichten persoonlijke geschiedenissen met universele vragen omtrent groei, dood en rouw. Ze onderzoekt de kunst van het sterven op Bali in de Puputan van 1906, ze speculeert over de voor pogrom en oorlog vluchtende Russisch-Pools-Joodse voorouders en onderneemt een zoektocht naar een gestorven dochter die ze ergens onderweg was kwijtgeraakt. ‘Want iets wat in de jeugd gebeurt, is dikwijls het gevolg van een voorval op oudere leeftijd.’ Dat schrijft Marten Toonder in een brief aan Dick Matena (zie Brieven 1979-1991). Oftewel wij zijn ons geheugen, dat ogenschijnlijk grillige fenomeen dat zo open staat voor toeval en avontuur.

De Voorjaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, de twintigste bijeenkomst alweer, werd door de veertig aanwezigen zeer gewaardeerd: eindelijk was het weer mogelijk om bijeen te komen, voor het eerst sinds oktober 2019, de voordrachten en lezingen door Esmé van den Boom, Karin Sitalsing, Ron van Hasselt en Stefan van der Poel waren van hoge kwaliteit en het buffet in drie gangen, bereid door cateraar s’Amuse, was voortreffelijk. Een betere ‘doorstart’ na de coronapandemie had de Noordelijke Afdeling zich niet kunnen wensen.

Voorzitter Anton Brand opende de bijeenkomst en gaf het woord aan Pieter Jonker van het Nobilis Centrum voor Prentkunst in Fochteloo, Friesland. Hij vertelde kort over de doeleinden en de activiteiten van de Stichting Nobilis en over het programma van tentoonstellingen dat dit kalenderjaar wordt gepresenteerd. Wellicht, aldus de voorzitter, dat tijdens een volgende sociëteitsbijeenkomst nader aandacht aan de stichting kan worden gegeven. Aansluitend introduceerde hij dichter en cultureel duizendpoot Esmé van den Boom. Ze was onder andere huisidichter van de Rijksuniversiteit Groningen, voorzitter van literaire studentenvereniging Flanor, docent aan de Schrijversvakschool en collectiebeheerder bij De Nieuwe Kolk in Assen. Esmé las enkele gedichten voor uit haar bundels Eigen kamers (2019) en Zomerwee (2017).

Esmé van den Boom

Na Esmé van den Boom was het woord aan Karin Sitalsing, als journalist en noordeling ook een duizendpoot. In 2016 publiceerde zij Boeroes. Een familiegeschiedenis van witte Surinamers, dat werd onderscheiden met de prijs voor het Beste Groninger Boek. Karin vertelde over de totstandkoming van het boek en over de lotgevallen van haar familie in Suriname en Nederland, en deed dat heel meeslepend. Inmiddels heeft ze diverse nieuwe journalistieke projecten op stapel staan, waaronder een documentaire over de ontwikkeling van Blauwestad en de verhalen van de bewoners aldaar.

Karin Sitalsing

Na het voorgerecht introduceerde Stefan van der Poel de psycholoog en historicus Ron van Hasselt, die verleden jaar een nieuw boek over de Tweede Wereldoorlog en de lotgevallen van Joodse families en individuen publiceerde: Naar Polen. Bodem van herinnering. Grond van herdenking. Het betoog van Ron van Hasselt, ook met lichtbeelden, was eens te meer indrukwekkend omdat het raakte aan de afschuwelijke realiteit van de oorlog in en om Oekraïne: van het oude Lemberg naar het huidige Lviv is maar een kleine stap. Het gaat de auteur, zo bleek ook nu weer, niet enkel om het verleden en het herdenken daarvan, maar vooral ook om het aanscherpen van de kritische alertheid op discriminatie en machtsmisbruik in de wereld van vandaag.

Ron van Hasselt

Na het hoofdgerecht gaf voorzitter Anton Brand het woord aan de historicus Stefan van der Poel, ook bestuurslid van de Noordelijke Afdeling. Samen met Anna van der Molen bracht hij onlangs een biografie van de verzetsman Bob Houwen uit, maar voor deze gelegenheid gaf hij er – op veler verzoek – de voorkeur aan opnieuw te spreken over Herman Verbeek, van wie hij in 2020 een biografie publiceerde met als ondertitel Priester, politicus, publicist. Stefan heeft een grondige kennis van de geschiedenis van het joodse leven in Groningen – nu weer gezien door de ogen van een rooms-katholiek geestelijke – en bewees zichzelf andermaal als een kundig en onderhoudend spreker.

Stefan van der Poel

Het inhoudelijke programma werd afgesloten door Esmé van den Boom, die niet alleen een cyclus gedichten voordroeg maar ook een door haar geschreven column voorlas, wat tot enige hilariteit leidde. My Very Educated Mom Just Served Us… is een ezelsbruggetje om de namen van de planeten te onthouden. Maar waar staat die E voor?

Ook de volgende Najaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling zal waarschijnlijk in De Sleutel plaatsvinden. Vanzelfsprekend ontvangen de leden daarover tijdig bericht.

In zijn publieke optreden vertoonde Herman Verbeek (1936-2013) een welhaast onuitputtelijke daden- en manifestatiedrang. Alles wat hij aanpakte, deed hij met hartstocht en overtuiging. Binnen de katholieke kerk behoorde Herman tot de groep van vernieuwers: zij die de kerk meer bij de tijd en dichter bij de mensen wilden brengen. Zijn politieke loopbaan (PPR/GroenLinks) sloot daar naadloos bij aan. Hij wilde het geloof politiseren en de politiek juist spiritueler maken. Zijn verlangen naar gemeenschap en verbondenheid botste echter met een ander diep gekoesterd verlangen: een verlangen naar concentratie en verstilling, naar een monnikenbestaan. Zijn laatste jaren, na het beëindigen van zijn politieke loopbaan in het Europees Parlement, verliepen zo grotendeels in isolement, binnen de fictieve muren van een zelfverkozen eenmansabdij. In deze periode vormde het schrijven zijn voornaamste bezigheid. Deze biografie omvat bovenal een verslag en analyse van Hermans persoonlijke en publieke worsteling.

De Najaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde werd door vijfenveertig leden bijgewoond. Het programma stond geheel in het teken van de literatuur, met als blikvangers de omvangrijke projecten waaraan Bill Mensema en Ynskje Penning momenteel werken: een tiendelige autobiografische romancyclus, Decade, en een trilogie over de Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog, Overleven. De bijeen-komst vond plaats op dinsdag 15 oktober 2019 in de bovenzaal van sociëteit De Sleutel in Groningen. Tussen de inleidingen en presentaties door genoten de aanwezigen van een goed verzorgd en smakelijk buffet, opnieuw bereid door traiteur s’Amuse uit Groningen.

Voorzitter Anton Brand opende de bijeenkomst met enkele bestuurlijke aangelegenheden. Om te beginnen meldde hij dat Karin Sitalsing, die vanavond zou spreken over haar bekroonde boek Boeroes, om gezondheidsredenen verstek moest laten gaan. Gelukkig was Erwin K. de Vries, sinds vijf jaar mede-eigenaar van boekhandel Godert Walter in de Oude Ebbingestraat, te elfder ure bereid haar te vervangen. Als het meezit, zal Karin Sitalsing haar inleiding houden tijdens de Voorjaarsbijeenkomst 2020. De leden van de kascommissie, Dieneke Hempenius-van Dijk en Henk Boels, zijn bereid gebleken die rol ook dit jaar weer op zich te nemen. Tijdens de Voorjaarsbijeenkomst 2020 zullen zij verslag doen van hun bevindingen.

Erwin K. de Vries

Daarna was het woord aan Erwin de Vries, die onder de titel De impact van het boek een boeiend betoog hield over de toekomst van het boekenvak, uit verschillend perspectief. Aan de hand van een powerpointpresentatie en puttend uit zijn eigen ervaring als mede-eigenaar van boekhandel Godert Walter in de Oude Ebbingestraat, stond Erwin uitgebreid stil bij recent wetenschappelijk onderzoek van de branchevereniging waarin de effecten van lezen zijn gemeten, zowel op de leeftijd, de gezondheid en het welbevinden van mensen als op economische en maatschappelijke tendenties in de uitgeverswereld en de boekhandel. Vanuit de zaal werd hij ondersteund door Ilona Duits, boekhandelaar te Haren, waar boekhandel Boomker onlangs een nieuw pand in gebruik heeft genomen. Hoewel hij het onderzoek kritisch onder de loep nam, stelde Erwin toch vast dat het boekenvak een beperkte maar betekenisvolle niche blijft voor een belangrijke doelgroep. Lezen beïnvloedt het welzijn positief, de toegevoegde waarde van een boekhandel in de woonomgeving is groot. Na zijn inleiding haastte Erwin zich naar zijn eigen boekhandel, waar de eerste editie werd gehouden van het door hem georganiseerde Nederlands Leescafé.

Bill Mensema

Na het voorgerecht introduceerde Anton Brand de schrijver Bill Mensema. Hij maakte al naam met succesvolle romans als Doem Dada, Fietsen met Bob Dylan, Captain Liefie en BOEM! alsook creatieve beschouwingen over (rock)muziek, en heeft zich nu gestort op het schrijven van een romancyclus in tien delen over de jaren van 1978 tot 1987, Decade, waarvan het eerste deel op 6 oktober feestelijk werd gepresenteerd bij Uitgeverij Passage. Dat eerste deel kreeg de titel Mannenborstjes; het tweede deel komt in februari 2020 uit – Het pact van de Pont Neuf. In een humoristisch en geanimeerd relaas vertelde Bill hoe hij na BOEM!, zijn lijvige roman over de aardbevingsproblematiek in Groningen, in een writer’s block belandde en hoe hij zich dankzij oude vrienden daaruit wist te bevrijden. Zijn uitgever, Anton Scheepstra, lichtte toe dat het idee om tien delen te maken was geënt op de Britse komische televisiereeks Fawlty Towers van John Cleese. Anton Brand ging met Bill Mensema in gesprek en Bill las een amusant fragment uit de nieuwe roman voor.

Ynskje Penning

Het inhoudelijke deel van het programma werd afgesloten door Ynskje Penning, schrijver en beeldhouwer. Ze verwierf grote bekendheid met romans als Stormvloed en Emo’s labyrint en heeft zich in het afgelopen decennium gewijd aan een roman in drie delen over het leven van haar vader, de marinier Frans van Staalduinen, in het boek Frank van Yzerbergen. In een secuur en evenwichtig betoog vertelde Ynskje over de belevenissen van deze Frank van Yzerbergen en zes van zijn collega’s, die op 1 september 1939 op Curaçao zouden afzwaaien maar vier dagen daarvoor, toen in Nederland de mobilisatie werd afgekondigd, hun plannen en goede voornemens in rook zagen opgaan omdat ze onder de wapenen moesten blijven, ten minste tot een halfjaar na de oorlog. In Overleven staat de strijd op zee centraal, een vergeten hoofdstuk uit de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder The Battle of the Atlantic. Trots toonde Ynskje de aanwezigen de bijzondere vormgeving van haar docu-drama, met een veelheid aan historische data, kaarten, foto’s en andere illustraties. Het tweede deel van de trilogie verschijnt volgend najaar, het derde deel in 2021.

Ook de volgende Voorjaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling zal waarschijnlijk in De Sleutel plaatsvinden. Vanzelfsprekend ontvangen de leden daarover tijdig bericht.

[ Verslag en foto’s: Anton Brand, 16.10.2019 ]

De Voorjaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde werd door vijfendertig leden bijgewoond; helaas moest een enkeling op het laatste moment verstek laten gaan door ziekte of het onstuimige weer. Het programma bood een aantrekkelijk palet van poëzie, biografie, taalwetenschap en beeldende kunst. De bijeenkomst vond plaats op dinsdag 12 maart 2019 in de bovenzaal van sociëteit De Sleutel in Groningen. Tussen de inleidingen en presentaties door genoten de aanwezigen van een goed verzorgd en smakelijk buffet, opnieuw bereid door traiteur s’Amuse uit Groningen.

Voorzitter Anton Brand opende de bijeenkomst met enkele bestuurlijke aangelegenheden. Hij bedankte de kascommissie, Dieneke Hempenius-van Dijk en Henk Boels, en gaf het woord aan Henk Boels, die verklaarde dat de bescheiden van de penningmeester, Rob Pronk, in orde waren bevonden en dat Dieneke Hempenius-van Dijk en hijzelf ook volgend jaar bereid zijn als kascommissie te fungeren. De aanwezigen dechargeerden vervolgens de penningmeester bij acclamatie.

Daarna was het woord aan de secretaris van het bestuur, Maarten Praamstra, die schrijfster en dichteres Sabine van den Berg introduceerde en aansluitend sprak met schrijver Nick ter Wal. Sabine van den Berg verwierf bekendheid met de trilogie Zien Horen Zwijgen (2017) en debuteerde recent als dichteres met de bundel Nestvlinders, die op 25 januari jl. werd gepubliceerd. Uit de vragen van Maarten Praamstra en de antwoorden daarop van Sabine van den Berg bleek duidelijk hoe persoonlijk haar poëzie is – die overigens nog eens wordt geaccentueerd door de eigen tekeningen en schetsen die de dichteres in de bundel opnam. Ook las Sabine van den Berg enkele gedichten voor.

Nick ter Wal kreeg in 2017 het Hendrik de Vriesstipendium van de gemeente Groningen en gebruikte dat om De schrijfmachine te schrijven, een levensschets van de schrijver Ferdinand Langen (1918-2016), pseudoniem voor de uit Eenrum afkomstige Egbertus Pannekoek. Nick ter Wal correspondeerde met Langen en ontmoette hem diverse malen. Ook erfde hij diens schrijfmachine, een Smith Corona. Hij vertelde onderhoudend over Langens contacten in de letterkundige wereld gedurende vele decennia, zijn vondst van de reclameslogan Glaasje op… Laat u rijden, later een carnavalshit, en de vergeten roman Jacques en Jacqueline (1948), waarin beide personages zich pas op de allerlaatste bladzijde melden. Eigenlijk is het tijd voor een heruitgave, vond ook Nick ter Wal.

Na het voorgerecht introduceerde Erica van Boven, lid van het bestuur, Theo Witte, exvakdidactus Nederlands aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bij een powerpoint-presentatie hield hij een inleiding over het literatuuronderwijs op middelbare scholen en aan de universiteit, getiteld Alles van waarde. Over de crisis in de Nederlandse taal en letteren. Theo Witte schilderde de ontwikkelingen op onderwijskundig gebied in de afgelopen decennia, van grote beleidsnota’s in de jaren tachtig tot voortgaande ontlezing en laaggeletterdheid in deze eeuw, en analyseerde hoe het mogelijk is dat er steeds minder gelezen wordt terwijl er meer auteurs zijn dan ooit en meer boeken worden gepubliceerd. Hij hield een warm pleidooi om trots te zijn op de eigen taal en cultuur, en zette zich af tegen de voortschrijdende verengelsing in het onderwijs. Misschien kan de Maatschappij aan een nieuwe canon bijdragen, sloot hij af. Uit de vele reacties na afloop van zijn inleiding bleek hoezeer Theo Witte een gevoelige snaar had geraakt: de aanwezigen onderkenden de relevantie van het probleem en deelden zijn zorg, en gaven daar nadrukkelijk uiting aan.

De volgende gastspreker was Jan Jaap Heij, oud-conservator van het succesvolle Drents Museum in Assen. Hij werd kort ingeleid door Anton Brand. In maart 2016 hield hij al eens een lezing over de kunstschilder Marinus Julius van Raalte (1873-1944) en diens postuum uitgebrachte roman Een jaar in het leven (2014). Ditmaal sprak hij over de van oorsprong Oostenrijkse kunstenaar Georg Sturm (1855-1923), die onder meer de wandschilderingen maakte in de Eregalerij en de Voorhal van het Rijksmuseum in Amsterdam en bijdroeg aan de kunstzinnige verfraaiing van de Statenzalen in de provinciehuizen van Drenthe en Overijssel en de grote hal van het Centraal Station in Amsterdam. De restauratie van het Rijksmuseum is inmiddels een feit, die van het Centraal Station wordt binnenkort afgerond. Jan Jaap Heij illustreerde zijn betoog met een fraaie powerpoint-presentatie en toonde het boek dat hij samen met Rob Delvigne over Sturm schreef, In de schaduw van Cuypers (2018).

Ter afsluiting van het inhoudelijke programma droeg Sabine van den Berg vier gedichten uit Nestvlinders voor.

Ook de volgende Voorjaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling zal waarschijnlijk in De Sleutel plaatsvinden. Vanzelfsprekend ontvangen de leden daarover tijdig bericht.

Verslag en foto’s: Anton Brand

De Najaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde bood een gevarieerd en onderhoudend programma. De bijeenkomst vond plaats op dinsdag 6 november 2018 in de bovenzaal van sociëteit De Sleutel in Groningen en werd door ruim vijfendertig leden bijgewoond. Tussen de inleidingen en presentaties door genoten zij van een goed verzorgd en smakelijk buffet.

Voorzitter Anton Brand opende de bijeenkomst met enkele bestuurlijke aangelegenheden. Zo heette hij Erica van Boven welkom als nieuw bestuurslid en nam hij afscheid van Gelly Talsma, die uit het bestuur is getreden. Hij bedankte haar voor haar enthousiasme voor de Maatschappij en grote inzet voor de Noordelijke Afdeling. Ter herinnering gaf hij haar het net verschenen boek 1001 vrouwen in de twintigste eeuw van historica Els Kloek. Gelly Talsma sprak een kort dankwoord.

Ook kwam de samenstelling van de nieuwe kascommissie ter sprake. Henk Boels had tijdens de Voorjaarsbijeenkomst al te kennen gegeven in die commissie zitting te willen nemen. Dieneke Hempenius-van Dijk verklaarde zich daartoe eveneens bereid. Het verslag van de kascommissie komt tijdens de volgende Voorjaarsbijeenkomst aan de orde.

Daarna was het woord aan de eerste gastspreker: Fleur van de Bij, historica, journaliste en nieuw lid van de Maatschappij. Ze werd geïntroduceerd door bestuurslid Stefan van der Poel en sprak bewogen en inspirerend over haar literaire debuut De Nijl in mij. Een ontdekkingsreis naar het hart van de waanzin. Als student raakte Fleur van der Bij geïnteresseerd in de Nederlandse ontdekkingsreiziger Joannes (Juan) Maria Schuver en diens verdwijning en dood in Soedan in 1883. Ze reisde hem in 2006 na – een hoogst avontuurlijke en niet van risico’s gespeende onderneming – en werd door schrijver Frank Westerman gestimuleerd haar belevenissen en persoonlijke herinneringen te boek te stellen. Die herinneringen gingen emotionerend diep: ze betroffen de onverwachte dood van een jongere zus toen de schrijfster vijftien was. De Nijl in mij is een succesvol boek geworden. Fleur van de Bij kon aankondigen dat haar volgende boek in januari 2019 verschijnt: Verkeersslachtoffer 22/10. Op zoek naar de man die mijn zusje doodreed.

Vervolgens was het woord aan Peter Groenewold, in gezelschap van zijn echtgenote en co-auteur Gerlinde Schüssler. Ook zij werden door Stefan van der Poel geïntroduceerd. Samen met fotograaf Rein Scholte publiceerden zij dit voorjaar De markt, en dan hebben we het specifiek over de Groninger Vismarkt. Peter Groenewold vertelde fraai over de aanleiding, de totstandkoming en de vormgeving van het boek. Het is gebaseerd op een veertigtal gesprekken met verkopers en marktmeesters, oud en jong, rijk en arm, en biedt een intrigerend beeld van de ontwikkeling van de warenmarkt in het licht van culturele, maatschappelijke en economische veranderingen en het gemeentelijke binnenstadsbeleid. Peter Groenewold schilderde de markt als een podium voor honderden verhalen en sloot zijn inleiding af met een citaat van Hölderlin over ‘het einde van de markt’, uit het Duits vertaald door Ard Posthuma.

Laatste gastspreker was Louis Stiller, ingeleid door Anton Brand. Hij vertelde, daarbij behulpzaam geassisteerd door Annette Timmer, over het project Leesbaar Groningen, een literaire citatenkaart van de stad en de provincie Groningen naar het voorbeeld van het reeds verschenen Leesbaar Amsterdam. Hij toonde de kaart voor het eerst tijdens het onlangs gehouden festival Het Grote Gebeuren en deed dat thans opnieuw voor de leden van de Noordelijke Afdeling. Dat maakte veel tongen los, vooral over de mogelijke toepassingen van de kaart – van de binnenzijde van wc-deuren tot behangsel in hotelkamers, van koppen en mokken tot tafelkleden. De meeste citaten die Louis Stiller over Groningen kreeg aangereikt kwamen uit het oeuvre van Gerrit Krol. En natuurlijk kwam de vraag aan de orde of de samensteller nu ook een literaire citatenkaart van Drenthe gaat maken.

Ook de volgende Voorjaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling zal waarschijnlijk in De Sleutel plaatsvinden. Vanzelfsprekend ontvangen de leden daarover tijdig bericht.

Verslag: Anton Brand, foto’s: Maarten Praamstra, 06.11.2018

Verslag voorjaarsbijeenkomst 2018

In het verenigingsjaar 2017-2018 kon spijtig genoeg maar één bijeenkomst plaatsvinden: een boeiende sociëteitsavond in café De Sleutel in Groningen op dinsdag 13 maart 2018. Hieronder doen wij verslag van deze Voorjaarsbijeenkomst. In deze bijeenkomst nam het bestuur van de Noordelijke Afdeling afscheid van zijn penningmeester, Wim Hilberdink, en bestuurslid Gelly Talsma. De nieuwe bestuursleden zijn Erica van Boven en Rob Pronk, als penningmeester. Anton Brand, voorzitter, Maarten Praamstra, secretaris, en Stefan van der Poel zetten hun bestuurslidmaatschap voort.

Ruim dertig leden woonden de bijeenkomst in De Sleutel bij en genoten niet alleen van een goed verzorgd en smakelijk buffet maar ook van drie gevarieerde en onderhoudende inleidingen en presentaties.

Voorzitter Anton Brand opende de bijeenkomst met enkele bestuurlijke aangelegenheden. Gelly Talsma en Wim Hilberdink hebben om zakelijke redenen hun bestuurslidmaatschap beëindigd. In hun plaats verkozen de aanwezigen Erica van Boven en Rob Pronk bij acclamatie als nieuwe leden van het bestuur. Anton Brand bedankte de scheidende penningmeester, Wim Hilberdink, voor zijn vele verdiensten voor de Noordelijke Afdeling gedurende twaalf jaar en gaf hem ter herinnering de net verschenen biografie van Jacob van Lennep, geschreven door Marita Mathijsen.

Ook bedankte Anton Brand de kascommissie – Douwe van der Bijl en Egge Knol –, die de jaarstukken over 2016 controleerde en in orde bevond. De scheidende penningmeester werd gedechargeerd. In 2018 wordt een nieuwe kascommissie gevormd. Henk Boels gaf te kennen in die commissie zitting te willen nemen.

Daarna was het woord aan de eerste gastspreker: Mathijs Sanders, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Hij sprak bevlogen over de weerklank van Louis-Ferdinand Céline in Nederland in de jaren dertig, in het bijzonder over diens omstreden roman Voyage au bout de la nuit (Reis naar het einde van de nacht, in de geprezen vertaling van J.A. Sandfort). Net als in de oratie die Mathijs Sanders in januari 2018 hield, Het land dat ons wacht, onder meer over de receptie in Nederland van Joseph und seine Brüder van Thomas Mann, staat de vraag centraal naar wat literatuur doet, niet wat literatuur is. Het gaat om functionalisme, het gebruik dat mensen sociaal en cognitief maken van literatuur. Mathijs Sanders visualiseerde zijn onderzoek in een illustratieve hand-out en had voor alle aanwezigen een exemplaar van zijn oratie bij zich.

Vervolgens was het woord aan dichter Jane Leusink. Zij presenteerde een speciaal voor deze sociëteitsavond geschreven essay over haar poëzie en de werking daarvan. Ter toelichting las zij een viertal gedichten voor, onder andere uit haar laatst verschenen bundel Een grazende streep in de lucht (2015). Daarna introduceerde Jane Leusink de dichter en auteur Aly Freije, die eveneens gedichten voordroeg uit de beide bundels die zij heeft gepubliceerd, en ook een fragment uit haar net verschenen novelle De vloeivelden in (2018), haar eerste publicatie in proza. Beider presentatie sprak mede zo tot de verbeelding doordat de gekozen gedichten op een groot beeldscherm werden geprojecteerd.

Laatste gastspreker was Stefan van der Poel. Hij sprak in plaats van schrijver Louis Stiller, die te elfder ure door ziekte verstek moest laten gaan – maar al heeft toegezegd bij een volgende gelegenheid zijn inleiding over Sporen door het Hogeland te zullen houden. Stefan van der Poel, universitair docent bij de afdeling Geschiedenis van de RUG, publiceerde in 2016 samen met Klaas van Berkel, beiden als redacteur, een studie over het leven en werk van de Groninger filosoof Leo Polak (1880-1941), die al vroeg in de oorlog in Sachsenhausen om het leven werd gebracht. Stefan van der Poel sprak enthousiast over het levensgevoel van Leo Polak, euthymia, aan de hand van de brieven en de dagboeken die Polak in zijn laatste levensjaren schreef.

Het is de bedoeling dat de Najaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling weer ‘op locatie’ wordt gehouden. Vanzelfsprekend ontvangen de leden daarover tijdig bericht.

Anton Brand, voorzitter Noordelijke Afdeling
Maarten Praamstra, secretaris Noordelijke Afdeling

De Voorjaarsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde vond plaats op dinsdag 28 maart jl. in de bovenzaal van sociëteit De Sleutel in Groningen en werd bijgewoond door 35 à 40 leden. Traditiegetrouw had de bijeenkomst weer de vorm van een lopend buffet. Na een openingswoord door voorzitter Anton Brand, waarin hij dank uitsprak aan de leden van de kascommissie, Douwe van der Bijl en Egge Knol, en de penningmeester, Wim Hilberdink, introduceerde bestuurslid Stefan van der Poel drie vertalers uit het Hebreeuws: Tsafi van Uitert-Levy, Asaph Ben-Menahem en Tamir Herzberg.

Na voordrachten van proza en poëzie door Tsafi van Uitert-Levy en Asaph Ben-Menahem vertelde Tamir Herzberg iets over het vertaalproces dat komt kijken bij Hebreeuwse literatuur en hoe je als vertaler telkens moet kiezen of je zo letterlijk mogelijk vertaalt of de essentie van de tekst wilt overbrengen. Daarna ontstond een geanimeerde discussie over de vraag of Asaph Ben-Menahem na 41 jaren in Nederland nu een Israëlische of een Nederlandse dichter is. Hoewel hij het uitzicht vanuit zijn raam typisch Nederlands vindt denkt hij daarover nog steeds in het Hebreeuws.

Coen Simon sprak voor het eerst over zijn nieuwe boek Oordeel zelf dat eind maart is verschenen. Aan de hand van Jiskefet en actueel onderzoek vertelt hij hoe het steeds lastiger wordt om een eigen mening te hebben. Nu wetenschappers zelf ‘officieel’ hebben vastgesteld dat de Mona Lisa gelukkig is, kun je als mens bijna niet meer iets mooi vinden. Volgens Kant is er sprake van smaak als je erover kunt twisten, maar niet argumenteren. Iets dat moeilijk wordt als er over kunst oordelen worden geveld door wetenschappers. Botsten in 1995 nog hoge en lage cultuur toen twee types van Jiskefet een boekhandel bezochten, nu zie je dat ook bij de Engelse ‘Tussen Kunst & Kitch’ waar een expert zich bekocht voelt omdat hij een (weliswaar prachtige) vervalsing aan de muur heeft hangen.

Coen Peppelenbos publiceerde afgelopen najaar zijn tweede roman De valkunstenaar en vertelt hoe hij inspiratie vond in het leven en werk van valkunstenaar Bas Jan Ader. Een kunstenaar over wie hij al schreef in zijn dichtbundel Vallende mannen. In het boek vertrekt een jonge kunstenaar, samen met zijn vader en zusje, vanuit Salland richting Den Haag. De licht dementerende vader heeft een verleden als goochelaar en op vrolijke wijze worden de bekendere trucs van goochelaars en de achteloosheid waarmee die worden uitgevoerd besproken. Datzelfde geldt ook voor het vallen. Een val moet je, volgens Peppelenbos, onverwacht inzetten voor het grootste effect.

oudere berichten »