RSS

De twaalfde sociëteitsbijeenkomst van de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde vond op dinsdag 24 maart jl. weer plaats in de bovenzaal van sociëteit De Sleutel in Groningen tijdens een goed verzorgd en smakelijk buffet. Dertig leden woonden de bijeenkomst bij en genoten van drie inspirerende voordrachten.

Nadat voorzitter Anton Brand de aanwezigen welkom had geheten, was het woord eerst aan Jan Jaap Heij, oud-conservator van het Drents Museum in Assen, en zijn dochter Eveline Heij. Jan Jaap Heij organiseerde in 1988 een tentoonstelling van het bewaard gebleven werk van de kunstschilder Marinus Julius van Raalte (1873-1944, in gevangenschap gestorven in het concentratiekamp Bergen-Belsen). Daardoor kwam hij onder andere in aanraking met een roman die Van Raalte aan het eind van de jaren dertig schreef, Een jaar in het leven, maar die ongepubliceerd bleef totdat hij die, samen met Eveline Heij, in 2014 uitgaf. Tijdens hun gezamenlijke presentatie toonde Jan Jaap Heij enkele schilderijen van Van Raalte en wees hij op de gelijkenis met de Amsterdamse stadsgezichten van G.H. Breitner, en vertelde Eveline Heij over de inhoud van de roman, het manuscript en de manier van uitgeven.

M.J. van Raalte, zelfportret uit 1910

De tweede spreker was literair vertaler Art Posthuma. In het voorjaar van 2014 verscheen bij Editie Leesmagazijn zijn vertaling van de novelle Bergfahrt van de Zwitsers-Duitse schrijver Ludwig Hohl (1904-1980), onder de titel Bergtocht. Die uitgave werd onlangs herdrukt, en voor dit najaar kondigde Ard Posthuma een nieuwe vertaling van werk van Hohl aan: een selectie uit Die Notizen. Naar aanleiding van de Hohls biografie door Anna Stüssi, zette Ard Posthuma uiteen dat Ludwig Hohl zijn belangrijkste werk al in de jaren dertig had geschreven en afgerond. Ook vertelde hij over de vele versies die Hohl van Bergfahrt maakte, diens bedrukkende temperament en de jaren dat Hohl in Den Haag woonde. Ard Posthuma rondde zijn inleiding af met het prachtig voorlezen van enkele fragmenten uit zijn vertaling.

 

Vertaling en biografie

Derde spreker was Douwe van der Bijl, medewerker van de Groninger Forum Bibliotheek en notoir kenner van de Groninger letterkundige geschiedenis. Tijdens zijn presentatie over de huizen van overleden schrijvers die in Groningen hebben gewoond en gewerkt werd hij geassisteerd door uitgever Anton Scheepstra, die ook de foto’s maakte die Douwe van der Bijl toonde. Tijdens stadswandelingen leidt Douwe van der Bijl geregeld belangstellenden rond langs de schrijvershuizen – en omdat veel aanwezigen die huizen kennen, ontstond een levendig gesprek tussen de sprekers en hun gehoor. Over de werkkamer van W.F. Hermans, bijvoorbeeld – in het torentje, of niet? – en over de kortste recensie van De klop op de deur van Ina Boudier-Bakker: ‘Niet open doen!’

 

Schrijvershuizen:

W.F. Hermans (Ossenmarkt-Spilsluizen) en Ina Boudier-Bakker (Noorderhaven)

Tijdens de bijeenkomst liet Anton Brand weten dat Douwe van der Bijl en Egge Knol weer bereid zijn gevonden om als kascommissie ter controle van het afgesloten boekjaar op te treden. Penningmeester Wim Hilberdink stelt hun de stukken ter beschikking.

Anton Brand nam afscheid van de bestuursleden Gerda Huisman en Anton Scheepstra en bedankte hen voor hun inzet en ideeën. Namens de Noordelijke Afdeling kregen beiden als blijk van waardering een exemplaar van Gids voor de wereldliteratuur van Pieter Steinz en Jet Steinz en van het Boekenweekgeschenk van Dimitri Verhulst, gesigneerd door de auteur. Op zijn beurt deed Anton Scheepstra de aanwezige leden een fraai en interessant boek cadeau: Arcadia der Poëten van Herman Sandman, over Het literaire leven in Groningen 1945-2005.

Om de ontstane vacatures te vervullen introduceerde Anton Brand twee kandidaten: Stefan van der Poel en Maarten Praamstra. Beiden zijn bereid in het bestuur zitting te nemen, Maarten Praamstra in de hoedanigheid van secretaris. Tegen de benoemingen bleken geen bezwaren te bestaan: beide kandidaten werden door de aanwezigen bij acclamatie verkozen.

 

Nieuwe bestuursleden: Stefan van der Poel en Maarten Praamstra

 (verslag: Anton Brand)

 

Nieuwe prijzen van de Maatschappij

Oproep tot het doen van voorstellen voor bekroning van de beste masterscriptie, het beste artikel en de beste dissertatie op het gebied van de Nederlandse taalkunde 2013 en 2014

1. Te beginnen met het academische jaar 2014-2015 reikt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde jaarlijks drie prijzen uit: voor de beste masterscriptie, het beste academische artikel en de beste dissertatie. Deze ‘Academische jaarprijzen’ worden alternerend uitgereikt voor publicaties op het gebied van de Nederlandse taalkunde en de Nederlandstalige of Afrikaanse letterkunde, historisch of modern, te beginnen met de Nederlandse taalkunde. De te bekronen publicatie is bij voorkeur gesteld in het Nederlands, Afrikaans of het Engels, maar ook Duits- of Franstalige publicaties kunnen voor bekroning in aanmerking komen.

2. Hiertoe is door het bestuur van de Maatschappij een ‘Commissie Academische jaarprijzen’ ingesteld, bestaande uit twee letterkundigen en twee taalkundigen, die in samenspraak met het bestuur van de MNL iedere vier jaar een nieuwe Commissie van voordracht samenstelt.

3a. De leden voor de Commissie van voordracht worden geworven uit taalkundigen en letterkundigen die geen direct belang hebben bij de inzendingen. Vertegenwoordigers van de vakgroepen c.q. opleidingen waaruit voorgedragen publicaties voortkomen kunnen geen lid van de Commissie van voordracht zijn.

3b. De Commissie van voordracht bestaat uit zes leden: drie taalkundigen en drie letterkundigen.

3c. De leden van de Commissie van voordacht worden benoemd door het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, op voordracht van de Commissie Academische jaarprijzen.

4. Iedere afdeling Neerlandistiek/ Literatuurwetenschap/Taalwetenschap mag één voordracht doen voor een masterscriptie en één voor de bij de afdeling geschreven/verdedigde  dissertatie. Tijdschriftredacties kunnen een voordracht doen voor het beste artikel.

5. Er is jaarlijks een geldbedrag beschikbaar voor de prijzen: voor de beste masterscriptie